Romy Smeets

woordenLotte Janssen
beelden Nienke Wind

Romy

 

HET IS EEN WERK OM NAAR TE KIJKEN
EEN WERK OM MEE TE SPELEN
EEN WERK MET VEEL LIEFDE
EEN WERK OM VAST TE HOUDEN
EEN WERK OM EVEN VAN DE WERELD TE ZIJN

Het zijn de woorden van de jonge keramist Romy Smeets over ‘Zachtmoed’, haar afstudeerproject. ‘Ik vind meer betekenis in beelden dan in woorden. Niet iedereen ervaart dat op dezelfde manier. Met dit gedicht hoop ik de bedoeling van mijn project een beetje duidelijker te maken.’ 

Romy groeit op in een warm gezin. Ze zit op een openbare basisschool waar natuur, vrijheid en creativiteit meer aandacht krijgen dan presteren. In het weekend gaat zij naar de Kunstacademie Maasmechelen, waar ze lessen volgt in boetseren, schilderen en tekenen. Samen met een vriendin beleeft ze er inspirerende en plezierige jaren. ‘Naast het leren omgaan met materialen en technieken, leerde ik ook over discipline. Ik was weliswaar jong, maar kon zo vier uur achter elkaar bezig zijn.’ Romy glimlacht. ‘We werden vrijgelaten in een opdracht, maar natuurlijk waren er wel grenzen. Als iets niet mocht bij een creatie, maar het voor een van ons beter voelde, zochten mijn vriendin en ik elkaar op. Door het samen te bespreken en elkaar te stimuleren, besloten we vaak om ons eigen pad te bewandelen. “Je moet het gewoon doen”, zeiden we dan lachend tegen elkaar. Ik denk dat ik toen al doorzettingsvermogen had en vertrouwen in het werk dat uit mijn handen kwam. Het was een fantastische tijd aan de academie. Ik ben daar pas gestopt toen ik ging studeren, omdat het lastig te combineren viel.’ 

Middelbaar onderwijs volgt Romy binnen een vrije school. ‘Hier draaide het vooral om wie je bent als persoon en hoe je met elkaar omgaat. Er was ruimte voor persoonlijke ontwikkeling, mede door de textiellessen en vakken als houtbewerking. Ik genoot ervan. Hierin kon ik groeien en vond ik mezelf, op een manier zoals ik dat bij de theoretische lessen niet ervaarde.’

15

Naast creatief bezig zijn, besteedt Romy haar vrije tijd graag aan sport. Wanneer dat niet buiten op de tennisbaan, het voetbalveld of op de racefiets kan, trekt ze haar skeelers aan en rolt ze door de huiskamer. ‘Ik denk soms lang door over dingen die ik heb gedaan of heb meegemaakt op een dag. Wanneer ik in beweging ben, verdwijnen mijn zorgen. Ik luister daarbij graag naar muziek. Jazz, pop, rock of mooie filmmuziek; het is maar net waar ik zin in heb. Ik hoef dan niet na te denken, waardoor ik opga in de sfeer van het stuk en de beweging van mijn lijf. Sport is, net als het werken met keramiek, een belangrijk onderdeel in mijn leven. Ik ben een doener en wil graag bezig zijn.’ 

Na de middelbare school is Romy zoekende. Uitslagen van studiekeuzetesten wijzen haar in de richting van een opleiding tot bouwvakker of sportdocent. Maar dat is niet waar Romy’s hart sneller van gaat kloppen. Een vriendin van haar moeder brengt de creatieve vakschool SintLucas in Boxtel onder haar aandacht. Tijdens het toelatingsgesprek wordt Romy’s werk positief beoordeeld. Opnieuw gaat er een wereld voor haar open. ‘Het basisjaar bestond uit vakken als hoeden maken, werken met glas in lood, vormgeving van schoenen en tassen met leer, restauratieschilderen en keramiek. Het was fijn om elke schooldag in de werkplaats bezig te zijn.’ 

‘Vanaf het tweede jaar heb ik me toegespitst op het werken met keramiek.’ Romy recht haar rug en vertelt enthousiast verder. ‘Restauratieschilderen vond ik heerlijk om te doen. Ik kon mezelf daar uren mee bezig houden, maar het voelde niet zo vrij. Het object bestaat al en het is vrijwel plat. Keramiek kun je vormen zoals je wilt. Ik heb het materiaal ook altijd erg mooi gevonden. Het is iets tastbaars en het heeft geen beperkingen voor mij. De ongedwongen sfeer binnen de werkplaats op school vond ik erg prettig. Het contact met docenten en studenten was goed. Alles binnen deze specialisatie paste bij mij.’

Door intensieve stages op twee verschillende plekken ontwikkelt Romy zich verder, zowel persoonlijk als in haar creativiteit. Ze maakt porseleinen producten, voert testen uit met kleurpigmenten, klei en glazuur en mag ook deelnemen aan overleggen met opdrachtgevers. ‘Ik ben niet zo’n prater. Vooral niet als ik aan het werk ben. Toch vond ik het heel tof dat ik actief betrokken werd bij die gesprekken. Het heeft me geleerd om in zo’n situatie dicht bij mezelf te blijven en me niet te laten overrompelen door wie er tegenover me zit.’ 

In haar derde jaar denkt Romy na over het product dat ze een jaar later op haar eindexamen moet presenteren. De ideeën stromen van alle kanten binnen. Ze besluit een collage te maken voor meer overzicht. ‘Op internet verzamelde ik foto’s die me aanspraken. Daarnaast stelde ik mezelf de vraag: “wat houdt mij eigenlijk bezig?” Wat ik het belangrijkste vond onderstreepte ik. Vervolgens tekende ik beelden. Zo ontstond er iets nieuws en kreeg de brei in mijn hoofd meer structuur.’ Met een wat onzekere houding bladert ze door haar inspiratieboek en toont haar mindmap. ‘Deze beelden zeggen mij heel veel, terwijl een ander er misschien niets mee kan. Gevoel is lastig te verwoorden.’ Tijdens haar zoektocht wordt al snel duidelijk dat het iets met herhaling moet zijn. ‘Neem een dorp: dat bestaat uit huizen. Deze bestaan uit muren en die weer uit stenen en cement. Een bakstenenof tegelmuur bestaat ook uit herhaling. Je ziet steeds hetzelfde patroon, maar de losse elementen vormen samen eveneens een geheel. Het is één beeld. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor een groep mensen. Of voor trekvogels die achter elkaar aan vliegen. Herhaling fascineert mij. Toen ik die basis zag, kon ik vanuit daar verder werken.’ 

Op een bepaald moment loopt Romy toch vast. ‘Ik realiseerde me dat ik te veel aan het denken was. Door te gaan bewegen, voornamelijk skeeleren, ontstond ruimte om mijn energie weer te laten stromen. Zo werkt het eigenlijk altijd bij mij. Op persoonlijk vlak kan ik onzeker zijn, maar mijn werk gaat vanzelf zodra ik er niet meer over nadenk.’

IMG_5959_kopie

Ze pakt een doos met daarin een aantal objecten van haar afstudeerproject. Haar ogen glinsteren wanneer ze vertelt over de totstandkoming van haar werk. ‘Ik heb vijf verschillende, kleine modellen van gips gedraaid die ik als mal kon gebruiken. Vervolgens heb ik ze ingegoten met porselein en aan de binnenzijde geglazuurd.’ Romy legt uit dat keramiek een verzamelnaam is voor alle soorten klei, waaronder porselein, waarop ze haar afstudeerobjecten in de hand neemt. ‘Ik word heel blij en rustig van het materiaal. Het straalt zachtheid uit. In zowel de kleur, het licht dat het doorlaat en hoe het voelt. Ze zijn gepolijst met schuurpapier en water. Ik heb geëxperimenteerd met kleuren aan de binnen- en buitenzijde, maar uiteindelijk voelde eenvoud sterker. Zo bleef het voor mij één geheel. Soms droop er een druppel glazuur net langs de buitenkant. Die haalde ik niet weg, ik houd wel van een beetje toeval.’ 

Wanneer ze verder praat, wordt het verhaal achter de objecten duidelijk. ‘Ik vind het fijn als iemand mij aandacht geeft, dat ik word gezien door de ander. Zeker op een moment wanneer ik dat nodig heb. Daarnaast is mezelf kunnen terugtrekken in mijn eigen wereld ook belangrijk voor me. Even niet hoeven praten of denken, maar voelen en de tijd nemen ergens naar te kijken. Elk object heeft daarom mijn volle aandacht gehad, is meerdere keren door mijn handen gegaan. Van ieder heb ik er ongeveer honderd gemaakt, in totaal zijn dat rond de vijfhonderd stuks. Ik deel ze uit aan mensen van wie ik denk dat ze steun kunnen gebruiken. In de hoop dat zij zich verwonderen en er misschien een eigen wereld omheen bedenken.’ 

Ze geeft zelf geen naam aan haar objecten. ‘De een vindt het een vaasje, de ander een tol of een ufo. Die vrije vorm prikkelt de fantasie en kan de opening zijn voor een gesprek. Je hoeft niet altijd te weten wat iets is, om er met bewondering naar te kunnen kijken. Tegelijkertijd maken al die individuele mensen met een object in hun handen deel uit van één geheel. Je bent niet alleen, dat is het idee.’ 

Vooral tijdens het reizen met de trein ziet Romy dat mensen zich afsluiten voor de buitenwereld. ‘Volgens mij gaat er op dit moment iets niet helemaal goed in de maatschappij. Ik trek mij ook graag terug, maar verlies daarbij niet het contact met de ander of de wereld om mij heen. Neem iemand die piano speelt op een openbare plek. Hij is in zijn eigen wereld, maar creëert een omgeving waarin hij anderen meeneemt en kan inspireren. Door onze blik voortdurend op ons telefoonscherm te richten, gaan dit soort dingen naar mijn idee aan ons voorbij. Je bent verzonken in sociale media. Je denkt dat je tijd geeft aan jezelf, maar bén je ook met jezelf bezig?’ 

Zo ziet ze bij vertraging tijdens een treinreis vaak onrust ontstaan bij mensen. ‘Ze moeten zich schikken, loslaten en hebben daar dan zichtbaar moeite mee.’ Aanpassen en zoeken naar oplossingen geven Romy juist ruimte. ‘Jammer genoeg is het niet meer zo ‘normaal’: uit het raam kijken op zo’n moment of een gesprek aangaan met een vreemde. Terwijl dat zomaar heel mooi kan zijn. Tegelijkertijd denk ik in zo’n stilstaande trein, als ik hoor dat het om een aanrijding gaat, ook aan het verdriet dat iemand heeft gehad. We zouden ons daar wat mij betreft iets bewuster van mogen zijn.’ 

Romy besluit in haar afstudeerjaar nog een tweede set objecten te maken. In het centrum van Maastricht stalt zij met grote aandacht één voor één haar kunstwerken uit. ‘Kinderen speelden ertussen. Mensen werden zich bewust van waar ze liepen. Ze keken meer om zich heen. Sommigen pakten een object op en gingen met zichzelf of een ander in gesprek. Wanneer je puur en alleen kijkt, stopt je denken. Eén worden met je gevoel, dat is wat ik wil meegeven en wat er ook met mij gebeurt als ik het werk in handen heb. Er daalt dan een rust over me heen. Het neerleggen van de objecten is vervolgens ook weer een herhaling, een soort ritueel.’ ‘

Bij mijn eindpresentatie voelde ik enorme blijdschap. Nadat ik er een jaar lang bijna iedere dag aan had gewerkt was het beeld compleet. En ook al studeer ik nu aan de kunstacademie in Den Bosch, dit project zal nooit af zijn. Ik wil het graag nog vaker laten zien en er misschien een film over maken. Over het werk en de vertoningen op verschillende locaties.’ 

De naam ‘Zachtmoed’ ontstaat na het zoeken van synoniemen van woorden die passen bij haar afstudeerwerk en de bedoeling die Romy ermee heeft. ‘Een naam maakte het voor mij definitief, maar liever laat ik dingen open. Op dezelfde manier kijk ik naar de toekomst. Ik stel me open voor waar het leven mij brengt, dan komt het juiste vanzelf op mijn pad. Waarbij ik graag de tijd neem om het me eigen te maken.’

Romydefinitief