Koen van Hensbergen

Liefke_no13~Koen_8

De zon is nog lang niet op, maar ik wel. Ik besluit dit artikel vóór het ochtendgloren te schrijven. Om vanuit mijn huis, in het centrum van de hoofdstad van Nederland, het onderwerp te ervaren waar ik met regisseur en schrijver Koen van Hensbergen eerder over sprak.

Ik luister. Een vliegtuig komt laag over. Een buurkind huilt even in de nacht, slaapt dan weer in. Verder: het suizen van mijn oren? 

Stilte. Weten wij nog wel hoe zij klinkt? Het is de vraag die Koen me eerder die week retorisch stelt en vervolgens beantwoordt. ‘Ik denk dat we het pas weten als we er middenin staan, en daarom zoek ik het ook op – om mijzelf eraan te herinneren dat ze nog bestaat.’ Koen heeft een bijzonder verhaal te vertellen over hoe hij ‘het ontbreken van geluid’ opzocht. Want dat is wat de definitie van stilte is, volgens het woordenboek. Koen verfijnt: ‘Het is volgens mij stil wanneer er geen door mensen geproduceerd geluid om je heen is. Want in de natuur, wanneer ik bijvoorbeeld een vogel hoor zingen, kom ik wel degelijk tot rust. Ervaar ik stilte. Een andere interpretatie van stilte gaat daarom volgens mij over wat de beleving van stilte kan brengen. Die uitleg noem ik focus – het ontbreken van talloze activiteiten en afleidingen. Ook daarom ben ik dit project aangegaan.’ 

Zijn project: een oude schaftkeet op de kop tikken, deze eigenhandig ombouwen tot een schrijfparadijs en naar de bossen van Nederland rijden. Koen timmert er een klein keukentje in, plaatst er een houtkachel, een tafel en een stoel en verft de vale witte buitenkant diep donkergroen. Bijna elke week forenst de theatermaker sindsdien vanuit zijn huis in Arnhem naar zijn domein in de natuur. Heel af en toe komt een vriend hem eens opzoeken. Of ziet hij een groep luidruchtige toeristen op mountainbikes of witte fietsen voorbij stuiven. Soms passagiers in auto’s met telelenzen op zoek naar herten. Met opgetrokken wenkbrauwen kijken ze naar de groene wagen ‘in het wild’ als een curieus object – ze lezen even het bordje ‘dit is het LFK / 24 LFK / 25 Schrijfverblijf van Koen van Hensbergen. Zijn verhalen zijn terug te lezen op koenvanhensbergen.nl’ – en gaan weer door. Koen is er vooral alleen. Waar? Die plek verschilt: dan staat de caravan weer een aantal maanden in Het Nationale Park De Hoge Veluwe, dan weer voor een periode op een privaat landgoed in bosgebied. Wanneer hij geen plaats vindt voor zijn schrijfhuisje, kan hij hem tijdelijk stallen bij een manege in de buurt.

Het idee voor de schrijfcaravan ontsproot in de tijd dat hij nog studeerde aan de ArtEZ hogeschool voor de kunsten in Arnhem. Samen met een docent, inmiddels een goede vriend, bedachten ze de zogenaamde ‘Tsjechov-caravan’. Koen: ‘We dachten er voor de grap op door, weet je wel. We mijmerden over de inrichting van de caravan. Welke plaat zou er dan op de platenspeler liggen? Welk schilderij hing er aan de muur? Welk gerecht pruttelde er op het fornuis? We grapten dat een acteur alleen oom Wanja mocht spelen in het gelijknamige toneelstuk van de Russische schrijver, als hij een maand lang in die caravan had vertoefd. Het onderliggende idee was dat een acteur door zich zo onder te dompelen de ware Wanja zou vinden en het beste tot zijn rol kwam.’ 

Jaren later, Koen was al afgestudeerd, kwam het idee weer bovendrijven. ‘Ik ging lesgeven, regisseren, kreeg schrijfopdrachten. Stapels met scripts van anderen lagen op mijn bureau. Hoe kon ik bewaken dat ik daarnaast ook zou blijven schrijven aan eigen werk, vroeg ik mij af? Ik begon te mijmeren over een atelier op wielen, helemaal voor mijzelf, dat ik kon rollen, ver weg van de mensen… Het werd niet letterlijk de Tjechov-caravan, maar de essentie van de gedachte bleef overeind. Want doordat ik naar mijn atelier ga, sta ik het mezelf toe om mij onder te dompelen in het – in mijn geval – schrijven. Daarmee maak ik een keuze om mij toe te leggen op mijn eigen werk, en daarmee is het proces eigenlijk al begonnen.’

Liefke_no13~Koen_3

Ook de weg ernaartoe draagt bij. Het is een ritueel dat vertraagt en daarom verstilt, vertelt Koen. Met de auto of de fiets van de stad naar de natuur. Eenmaal aangekomen daar de houtkachel opstoken. Koen blaast met zijn warme adem wolkjes in de ijle lucht van de nog koude caravan. ‘Je moet voor alles de tijd nemen. Voordat je iets warms kan drinken, moet je eerst het kannetje op de kachel zetten en het rustig laten opwarmen. Ik vind dat allemaal heel fijn. Zo ga ik langzaam naar waar ik wil zijn. Ik sla een boekje open en lees wat. Ik neem altijd iets mee over een onderwerp waar ik over wil schrijven die dag. Ik kijk naar buiten, drink mijn koffie. De eerste zinnen komen voorzichtig op papier. Op papier, want een laptop leidt me af. Ik wil de ervaring daar puur houden. Als de inspiratie niet komt, maak ik een wandelingetje. Soms komen er drie woorden uit mijn pen, soms hele gedichten. Dat het schrijven af en toe niet ‘lukt’, blijft frustrerend – dat is een maker eigen en ik ben niet snel tevreden. En toch; ik merk dat het me in mijn schrijfverblijf beter afgaat om te accepteren dat het is zoals het is. Dat drie woorden op papier óók een goede dag betekent. Dat het hoort bij het natuurlijke proces van creatie. Aan het eind van de dag klap ik mijn schrift en de deur van de caravan dicht. Het is wat het is, en ik laat het letterlijk dáár.

Liefke_no13~Koen_1

Wat gebeurt er als je toelaat wat is? Koen zijn fascinatie voor het creëren van ervaringen door rumoer of afleiding weg te laten, krijgt al vorm jaren daarvoor. Hij studeert af met een scriptie over vervelen. ‘De titel was “Verveel mij!” Zo van: “Verveel mij alsjeblieft, want ik verveel mij niet. Mijn hoofd krijgt door overprikkeling niet de kans daartoe.” Het woord verveling heeft in onze Westerse taal en samenleving een negatieve connotatie. In mijn scriptie ben ik juist de herwaardering ervan gaan opzoeken. In een tijd waarin wij altijd iets te doen hebben, zoek ik juist naar de ervaring waarin ik niet steeds word afgeleid. Waarin ik weer in contact kan komen met mijn ‘wilde’ kant. Want ga je maar eens vervelen. Is er niets, heb je geen telefoon bij de hand, kom je uiteindelijk altijd uit bij jezelf. Bij je natuur. Dat maakt het ook spannend. Daarom zoeken niet alle mensen graag stilte op. Niet iedereen wil zichzelf tegenkomen. In een van mijn gedichten schrijf ik: Leven tussen wuivende bomen, dwalen over open velden, struinen over zandvlaktes en slapen in het dichte bos. Hoelang zou het dan duren voordat ik mijn tamme kant verloren ben? Ik besluit met: Ik ben veel te tam om nog echt wild te kunnen zijn. Kortom: ja, ik ben ook een mens van de moderne tijd. Gewend aan prikkels. Aan mogelijkheden om mijn eten in de supermarkt te kunnen jagen en verzamelen, met een telefoon in de hand die mij de weg wijst. En toch vind ik het interessant om de tegenhanger van de geciviliseerde Koen in mij op te zoeken. Soms krijg ik meesmuilend terug: “Zit je lekker romantisch te doen in je achttiende-eeuwse hutje op de hei?” Maar mijn schrijfcaravan is een methode om te kunnen omgaan met de drukte van onze tijd. Het is geen sentiment, het is noodzaak.’ 

Wanneer ik hem vraag welke plek de caravan inmiddels in zijn leven heeft gekregen, is het even stil. ‘Als regisseur omring je je juist met mensen, continu. Ik houd van mijn werk. Maar stilte is er niet te vinden. Je richt je op zoveel dingen tegelijk. Ik moet daar af en toe even aan ontsnappen. Wanneer ik in de caravan aankom, voelt dat als thuiskomen voor mij.’ Het herinnert hem aan die eerste keer dat hij kennismaakte met die ervaring, nota bene op een parkeerplaats langs de A1. Koen: ‘Het kopen van de keet was nog best een gedoe. Ik zocht al een tijdje, ben op meerdere plekken gaan kijken. Het exemplaar dat ik uiteindelijk koos, kon ik ophalen in de buurt van Schiphol. Ik daar met een vriend heen, en dan die wagen achter de auto. Was nog best spannend. Eenmaal op de snelweg zijn we even bij een benzinestation gestopt om koffie te halen. We hebben toen ter plekke de luikjes van de keet opengedaan en zijn binnen samen een bakkie gaan doen. Het was er nog helemaal smerig en afgetrapt, leek in niets nog op de serene plek die ik er later voor mijzelf van maakte. Maar toen al proefde ik iets van wat het kon gaan worden. Ik dacht: dit is het hoor!’ 

Kan ik jouw project dan samenvatten, vraag ik Koen, als ‘een poging om stilte te organiseren’? Koen denkt even na. Zegt: ‘Uiteindelijk is stilte niet maakbaar. Ik kan mij wel afzonderen zo ver mogelijk van rumoer en mensen, maar over de natuur hebben wij niets te zeggen. En dat moeten we ook eigenlijk niet willen. Ik denk dat het me eerder gaat om: hoe kom ik zo dichtbij mogelijk? Het proces dat bij die poging om stilte te benaderen komt kijken, is al heel bijzonder. Waar ik ook uitkom.’